Quakers; Triomf en tragiek van het geweten

€ 14.90 

ISBN 9789080730045, 2005, 166 blz., ingenaaid, druk 2, Uitgeverij Abraxas 
€ 14,90, leverbaar

Quakers: Triomf en tragiek van het geweten

 

Belangstellenden die naar Nederlandse Quakerliteratuur vragen worden geconfronteerd met een wel zeer beperkt aanbod. Waar het niet vertaalde Nederlandstalige literatuur betreft vormen Het inwaartsche licht bij de Quakers, de dissertatie van Dina van Dalfsen uit 1940 en J. Z. Kannegieters Geschiedenis van de vroegere Quakergemeenschap te Amsterdam uit 1971 naast een enkele vertaling uit het Engels de belangrijkste Nederlandstalige uitgaven sinds bijna tweehonderd jaar. Ook het curieuze, zeer zeldzame Geschiedenis, de leer en kerkelijke tucht van het Genootschap der Vrienden bekend onder den naam van Kwakers uit 1827 blijkt bij nader inzien een bewerking te zijn van Engelse teksten. Tenslotte werd het ons zo dierbare Leven uit innerlijk licht in de jaren dertig/veertig door Rob Limburg samengesteld op basis van de in 1925 verschenen uitgave van Christian practice and discipline.

 

Uitgeverij Abraxas te Amsterdam  nam in 2005 het initiatief om Rufus Jones' The faith and practice of the Quakers uit 1927 voor Nederlandstaligen weer in de schijnwerpers te zetten.

In 1931 verscheen al een Nederlandse vertaling van Rob Limburg. Voor de recente uitgave van Jones Quakerclassic werd door uitgever Daniël Mok de Nederlandse vertaling van Rob Limburg 'geheel herzien, aangevuld en bewerkt voor het Nederlands taalgebied'. Het resultaat is een prettig leesbaar geheel geworden; daar dragen zeker de door de bewerker tussengevoegde subtitels binnen de hoofdstukken toe bij die de rijkdom aan onderwerpen die Jones aan de orde stelt accentueren.

 

Na zijn studie aan Harvard University werd Rufus Jones (1863-1948) in 1901 hoogleraar filosofie aan Havarford College waar hij 30 jaar doceerde. Hij publiceerde meer dan 50 boeken over mystiek, geschiedenis en diverse Quakeronderwerpen. In 1917 richtte hij American Friends Service Committee op en was voorts actief in de vredesbeweging en vluchtelingenwerk

De onderwerpen waarover hij in The faith and practice of the Quakers schrijft plaatst hij, in een brede context waarin sociologische en theologische onderwerpen op een heldere manier in verband worden gebracht met wat Quakers in hun lange geschiedenis heeft beziggehouden.Hij geeft aan waarin hun kracht lag en ligt om met actuele situaties in de samenleving om te gaan. Het boek van Jones is geschreven in een beschouwelijke stijl die hem echter niet verhinderde zich als een zeer betrokken schrijver op te stellen. Het is verrassend te lezen hoe hij aandacht besteedt aan het milieu en de daarop gepleegde roofbouw; en zo zijn er meer onderwerpen waarbij je je erover verbaast dat dit alles in 1927 werd geschreven en nu nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Ja, het valt natuurlijk op dat Quakers in onze tijd veel meer dan 80 jaar geleden gebruik maken van een individuele verwoording als het gaat om spreken en schrijven over geloven. Voor sommigen zal de taal van Jones 'christelijk' klinken, terwijl anderen zijn werk als religieus-humanistisch zullen waarderen. Een interessante uitdaging voor de lezer, dunkt me! Dat geeft direct al aan dat we Quakers, beeld van een humanitaire traditie (de aangevulde titel van de nieuwe heruitgave) niet als nostalgische lectuur kunnen lezen. Het een verdienste van Rufus Jones dat hij onderwerpen uit de geschiedenis van de Quakers waar hij zozeer mee verbonden was, niet zonder kritische kanttekeningen onder de loupe neemt. In het hoofdstuk Eenvoud en diepgang worden we er op attent gemaakt hoe de opvallende quakerkleding in de 18e en ook nog 19e eeuw, ooit ingegeven door behoefte aan eenvoud, evenals het 'je' en 'jij' zeggen tot een conventioneel stelsel van regels ging behoren. Men ging er zonder meer van uit dat het voorschriften betrof die een beschutting vormden tegen dubieuze alledaagse moraal en gewoontes.

 

Quakerdracht zou bezoek aan frivole gelegenheden verhoeden, het zou remmend werken op de aanpassing aan 'the ways of the world', Dat gold ook voor het vermijden van de 'heidense' benamingen van weekdagen en maanden, Quakers spraken over '1e dag', '2e dag' etc. Op den duur drong het tot de Vrienden door dat deze gewoonten een sjibbolet waren geworden voor een volkje dat zichzelf had uitverkozen. Het leven in een maatschappij die in toenemende mate op allerlei wijzen mensen voor zich probeert in te nemen voor een zo breed en gulzig mogelijk consumptiepatroon begon om meer tegenspel te vragen dan preoccupaties betreffende uiterlijkheden als Quakerdracht, eigenaardig taalgebruik en het bij voorbaat verwerpen van alle vormen van theater en muziek. "Het grootste probleem van thans, nu de uiterlijk beschuttingen zijn opgeheven en het ideaal van een 'afgescheiden volkje' overwonnen is om de ware eenvoud vast te blijven houden en midden in de wereld te staan" schrijft Jones. Of, om met William Penn's woorden te spreken: 'True Godliness don't turn men out of the world but enables them to live better in it, and excites their endeavors to mend it.'

 

Tenslotte nog iets over de wijze waarop deze laatste uitgave met kleine wijzigingen, behalve de eerder genoemde tussenkopjes, in de hoofdstuktitels de lezer tegemoet komt. Quakers en de sacramenten werd Sacramenten, rituelen en symbolen, een titel die de interessante inhoud van dit hoofdstuk beter aangeeft. In Het hoofdstuk Tragiek en triomf in de geschiedenis van het geweten ligt de sleutel van de opvallende ondertitel van Moks heruitgave.

Het wordt duidelijk, het boek lezende, hoezeer de toon van het boek hoopvol is gestemd.

Daniël Mok heeft er voor gekozen om het betoog van Rufus Jones te ondersteunen met een aanhangsel waarin korte teksten van o.a. de lutherse theoloog Rudolf Otto (1869-1937), Abraham Joshua Heschel (1907-1972), George Fox, William Penn en Dina van Dalfsen zijn opgenomen.

 

Bij een vergelijking van de oorspronkelijke Engelse tekst, de vertaling uit 1931 en de recente tekst wordt duidelijk dat we een tekst anno 2006 onder ogen hebben die met groot respect en aandacht voor het onderwerp van Rufus Jones verzorgd is. Een lezenswaardig geschrift.

 

Tjeerd Dibbits

 

Quakers: Triomf en tragiek van het geweten



 

Het heilige en het dagelijkse leven

€ 22.50 

Het heilige en het profane

een onderzoek naar het wezen van religie
Eliade, Mircea
In de prestigieuze en succesvolle Fenomenologische Bibliotheek verschijnt een nieuwe vertaling van Mircea Eliade `Het heilige en het dagelijkse bestaan`. 

Eliade positioneert dit werk nadrukkelijk in contrast met `Het heilige` van Rudolf Otto. Hij schrijft: ‘Begiftigd met een groot psychologisch inzicht en gesteund door zijn tweeledige opleiding als theoloog en godsdiensthistoricus, slaagde Rudolf Otto erin de inhoud en de specifieke kenmerken van de religieuze ervaring, de confrontatie met het numineuze te isoleren. De analyses van Otto hebben hun waarde behouden en de lezer zal gebaat zijn bij lezing en overdenking van zijn werk. Wij kiezen echter voor een andere route en proberen het verschijnsel ‘het heilige’ in al zijn complexiteit weer te geven, het heilige als geheel. En de eerste omschrijving die we van het heilige kunnen geven is dat het een tegenstelling vormt met het leven van alledag.’ 

Mircea Eliade roept in dit inmiddels klassieke werk een beeld van de antieke wereld op waar nog geen scheiding kende tussen het heilige en het alledaagse. Het dagelijkse leven was ingebed in het heilige. 

Eliade schetst een wereld van betekenissen achter betekenissen en laat in dit meesterwerkje met veel overtuigende voorbeelden zien hoe inhoud en structuur van ons onbewuste verbazingwekkende overeenkomsten vertonen met de mythologieën van álle volkeren op aarde. Hiermee sluit Eliade aan bij het gedachtegoed van Gustav Jung, Rudolf Otto en A. J. Heschel. 

Fenomenologische Klassieken
ISBN 9789080730069, 2006, 208 blz., ingenaaid, 1e, Abraxas Amsterdam
€ 22,50, leverbaar
 

De genadereligie van India en het christendom

€ 19.90 

De genadereligie van India en het christendom 

Religieuze overeenstemmingen

overeenkomsten en verschillen in de godsdienstgeschiedenis

Otto, R.

In het eerste deel van deze uitgave combineert Rudolf Otto zijn grote kennis van de godsdienstgeschiedenis met zijn religieuze inlevingsvermogen. 
Fijnzinnig wijst Otto op de overeenkomsten en contrasten tussen genadereligies uit oost en west. Als geen ander weer hij de wezenlijke gevoelswaardes achter deze innerlijke overtuigingen onder woorden te brengen. 

Door zijn warme betrokkenheid ondervindt de lezer niet alleen een intellectueel plezier, maar raakt het hem ook in het hart, Rudolf Otto leert ons waar het in de religie werkelijk gaat: een heldhaftige poging van de mens om zich te verzoenen met een numineuze macht die groter is dan zijn bevattingsvermogen. 

Op weergaloze wijze komt Otto ons tegemoet met overpeinzingen die ons nader brengen tot hetgeen in het leven van alledag maar al te vaak ver weg en soms zelfs onbereikbaar lijkt: het zich zinvol ingeschakeld voelen in het geheel van het zijnde, zoals de bekende psycholoog en psychiater H. C. Rümke het ooit kort en krachtig formuleerde. 

In het tweede gedeelte van deze uitgave belicht Rudolf Otto het ontstaan en de geschiedenis van het religieuze gemoed. Hij laat zien hoe religies zich in verschillende tijden en culturen anders kleuren, maar zich ook gelijkvormig ontwikkelen zonder dat altijd van beïnvloeding sprake is. De overeenkomsten komen volgens Otto voort uit een uniforme werking van de gelijkgestemde menselijke ziel, die als de onderliggende bepalende factor overal aanwezig is. 

Fenomenologische bibliotheek
ISBN 9789080730038, 2005, 175 blz., ingenaaid, druk 1, Uitgeverij Abraxas 
€ 19,90, leverbaar
 

 

 

Adverteren bij Daisycon
Make a Free Website with Yola.