Rudolf Otto: Het heilige

€ 27.50 

Het Heilige 

Over de buitenredelijke kant van het goddelijke

Door Rudolf Otto
De Appelbloesem Pers & Uitgeverij Abraxas Amsterdam 2002. (
Fenomenologische bibliotheek)
Derde druk vertaald en geheel herzien door Daniël Mok
ISBN 90-80300-1-7
€ 24,90


Rudolf Otto was een Duitse protestantse theoloog en godsdienstfilosoof. Het Heilige kwam uit in 1917 en het is zijn bekendste boek.

Otto (1869-1937) schrijft in Het heilige nadrukkelijk over de autonomie van de religie waarmee hij de overgave aan God in het geloof aangeeft. In het bijzonder het geloof zoals het vorm krijgt in de christelijke traditie. Volgens Otto ontwaakt het geloof door het ervaren van het heilige. Het je aangesproken weten ‘van de andere kant’, vanuit de wereld van God. Geraakt worden door dat wat hij het numineuze noemt afgeleid van numen dat godheid betekent. Een synoniem voor het goddelijke. Het gevoelsmatig beleven van het heilige wordt sterk benadrukt. In zijn voorwoord zegt Otto: ‘Dit boek is onder erkenning van het enorme belang van het niet rationele voor de metafysica, een serieuze poging om heel nauwkeurig het gevoel te analyseren dat overblijft waar dat concept tekort schiet en om een terminologie te introduceren die ondanks de noodzaak gebruik te maken van symbolen daardoor toch niet vrijblijvend of onbepaald is’.


Otto erfde van Kant het idee dat het de rede is die onvermijdelijk en noodzakelijkerwijs de ideeën over God, vrijheid en onsterfelijkheid produceert.

In
Het heilige gaat Otto op zoek naar de buitenredelijke kant van het goddelijke via de rede.
Hij zoekt het meest eigene van het religieuze in de niet-rationele ervaring van wat hij het 'numineuze' noemt. Het numineuze is dat wat ons diep aangrijpt en ontroert zonder dat wij het kunnen benoemen. Het raken van het heilige brengt een proces opgang dat de ervaringen steeds dieper maakt. Er ontstaat een ‘
tremendum’ een gevoel van huivering, van perplexiteit die het ‘creatuurgevoel’ veroorzaakt, een gevoel van eigen nietigheid.

Otto beschrijft een gevoel van overmacht, het ‘
majestas’ te vergelijken met ongenaakbaarheid. Tenslotte sluiten de momenten van het tremendum en het majestas nog een derde moment in dat de ‘energie’ van het numineuze wordt genoemd. Een levendige energie die zich kan uiten in ‘orge’, toorn dat uitgedrukt wordt in de symbolische termen: levendigheid, hartstocht, aangedaan zijn in het gemoed, door wil, kracht, beweging. Er ontstaat opgewondenheid, werkzaamheid, drang. Zij vormen het moment van het numen dat, waar het wordt ervaren, het gemoed van de mens activeert en met dynamiek aanzet tot het ijveren tegen de wereld en de verlangens.

Een ander begrip dat naar voren komt is het ‘
fascinans’. Het numineuze doet niet alleen huiveren in een van de eerste fasen na de aanraking, het trekt ook aan, het fascineert en het kan verstikken. Men kan zich er mee vereenzelvigen op een magische manier door formules als wijding, bezwering, inzegening, en uitdrijving.

Het uit 1917 daterende onderzoek is gebaseerd op de bijbel en op de toen bekende evangeliën. Religieuze hymen en muziek worden erbij betrokken.
Otto deed ook onderzoek naar de Oosterse religies. Vooral de
Bhagavad Gita heeft indruk gemaakt en wordt aangehaald.

‘Het kan allemaal niet zo eenvoudig zijn als bijvoorbeeld Plotinus het voorstelt: 'De ziel wordt overweldigd door de schoonheid en goedheid van haar oerbron die plotseling bereikbaar is als men zich ervoor open stelt', schrijft Otto. Het moet verklaard worden uit Abraham's ervaring: ‘Wanneer gij nu uzelf hebt opgegeven, zie, zo ben ik en gij zijt niet’ (Spamer: 
Texte aus der Deutschen Mystik). Of: ‘Waarlijk! Ik en alle creatuur zijn niets. Gij bent alleen, en gij bent alle dingen’(Spamer).

Bij Otto gaat het bij religie niet om het simpele goddelijke maar voornamelijk om de macht en de eerbiedwaardigheid waardoor volgens hem het goddelijke wordt belichaamd, gesymboliseerd en geconcretiseerd. Dat kan lijken op een heiligheid die geschapen is naar eigen beeld en gelijkenis.
Men kan zich open stellen voor het heilige in een staat van overgave als alle begrippen die in het denken liggen zijn losgelaten. In dat loslaten ligt dan de worsteling van de mens. De gevoelens van angst en overmacht, van aantrekking en afstoting verdwijnen tijdens het proces van het loslaten van het afgescheiden zelf.
Het heilige wordt dan ervaren als heelheid, het fragmentarische is er niet meer.
De geestelijke ziel is verenigd met zijn afkomst.

Het boek geeft een beeld van een zeer waardevol onderzoek al verdedigt het een persoonlijke visie. Het legde de nadruk op een gevoelsmatige benadering van het geloof en dat was in het protestantisme een vernieuwing.

Daniël Mok heeft de tweede druk uit 1963 van deze vertaling uit het Duits stilistisch gemoderniseerd. Soms voegt hij paginalange passages toe, maar hij geeft niet altijd de bronvermelding aan. De passages heipen wel bij de soms wel erg kort ingevulde tekst van Otto. 

Het boek heeft zelf geen index; de index is te vinden in de paralleluitgave Een wijze uit het westen, beschouwingen over Rudolf Otto en het heilige.

FvI

Theosofia 108/1  
februari 2007

 

William James: Vormen van religieuze ervaring

€ 29.90 

Vormen van religieuze ervaring

een onderzoek naar het wezen van de mens
James, W.


Fenomenologische bibliotheek
ISBN 9789080730021, 2003, 399 blz., ingenaaid, druk 4, Uitgeverij Abraxas
€ 29,90, leverbaar
 

William James: De wil om te geloven

€ 24.90 

De wil om te geloven & religieus vertrouwen en het recht om te geloven

en andere populair-filosofische essays
James, W.

Fenomenologische bibliotheek
ISBN 9789080730083, 2007, 224 blz., ingenaaid, druk 1, Uitgeverij Abraxas
€ 24,90, leverbaar
 



 

Make a Free Website with Yola.