William James: Varieties|Vormen van religieuze ervaring

MEN KRIJGT DEN MAN LIEF

MEN KRIJGT DEN MAN LIEF

Trouw | 20 FEBRUARI 1993 | DOUWE DRAAISMA


De Amerikaanse psycholoog en filosoof William James (1842-1910) is in Nederland veel gelezen, maar weinig vertaald. Hij staat bekend als de psycholoog die schreef als een literator, terwijl zijn broer Henry James bekend staat als de psycholoog onder de literatoren. Hun vader, Henry James sr., is wel beschreven als 'hoofd van een religie met maar een aanhanger'. Pas onlangs verscheen een selectie uit William James' hoofdwerk The Principles of Psychology (1890) in vertaling. 

Meer belangstelling was er in ons land voor zijn werk als godsdienstpsycholoog: zijn Varieties of Religious Experience (1902) werd hier zelfs tweemaal vertaald. De theoloog Geelkerken roemde de 'passages van overweldigende schoonheid' en schreef: 'Men krijgt den man lief'. Maar wat heeft psychologie eigenlijk met relgie te maken? En vanwaar James' sympathie voor 'de zieke ziel'? 


DE ZIEKE ZIEL 

"In deze toestand van filosofisch pessimisme en sombere gevoelens over mijn vooruitzichten liep ik op een avond een schemerige kamer binnen. Plotseling, zonder waarschuwing, alsof hij zich uit het duister had losgemaakt, werd ik overvallen door een verschrikkelijke angst voor mijn eigen bestaan. Op hetzelfde moment kwam me het beeld voor de geest van een epileptische patient die ik in de inrichting had gezien, een jongen met zwart haar en een groenige huid, volslagen zwakzinnig, die de hele dag op een van de banken tegen de muur zat, met zijn hoofd op zijn opgetrokken knieen en zijn grove hemd, zijn enige kledingstuk, over hem heen getrokken, zodat zijn hele figuur erdoor omsloten werd. Hij zat daar maar, als een gebeeldhouwde Egyptische kat of als een Peruviaanse mummie, volstrekt bewegingloos op zijn zwarte ogen na, een gedaante die niets menselijks meer had. Dit beeld en mijn angst vervloeiden in elkaar. In potentie ben ik die gedaante, bedacht ik. Niets dat ik bezit kan me voor dat noodlot behoeden als het uur voor mij zou slaan zoals het voor hem heeft geslagen. Hij joeg me zo'n angst aan en ik voelde zo duidelijk hoe futiel en tijdelijk het verschil was tussen hem en mij, dat het leek alsof iets in mijn borst dat tevoren krachtig was nu bezweek. Ik veranderde in een huiverende massa angst. Na deze gebeurtenis was mijn wereld veranderd. Ik werd ochtend na ochtend wakker met een verschrikkelijke angst in mijn maag en met het gevoel dat niets in mijn leven meer zeker of veilig was, een gevoel dat ik eerder nooit had gehad en later ook nooit meer is teruggekomen. Het was als een openbaring; en hoewel de directe gevoelens verdwenen, stelde die ervaring me in staat om me in de morbide gevoelens van anderen in te leven. Het trok langzaam weg, maar nog maandenlang kon ik niet zonder gezelschap in het donker zijn." 

William James, Varieties of Religious Experiences, 1902. William James, De Hoofdsom van de Psychologie (een selectie uit zijn werk, met daarin het hoofdstuk: De zieke ziel'), Uitg. Swets en Zeitlinger, 1993.

De lezingen gaven James gelegenheid een oude belofte in te lossen. Na de dood van zijn vader in 1882 had hij vanuit Europa aan zijn vrouw geschreven dat hij het als zijn plicht voelde meer te begrijpen van religie, in de persoonlijke en geestelijke betekenis die zijn vader er aan had gegeven. Henry James sr. is wel beschreven als 'hoofd van een religie met maar een aanhanger' en het was deze sfeer van individuele geloofsbeleving die William een plaats in zijn lezingen wilde geven.

Pas vier jaar later, in 1902, was James in staat de Gifford Lectures ook werkelijk voor te dragen. De tussenliggende jaren waren een beproeving. Grote delen van de lezingen zijn geschreven vanaf het ziekbed of in kuuroorden, soms maakten depressies iedere inspanning onmogelijk en zijn hart raakte in een steeds slechtere conditie. Ergens in de lezingen staat dat ieder individueel bestaan 'uitloopt op een eenzame kramp van hulpeloze doodsangst'; James leefde in de voortdurende angst dat voor hem dat moment zou komen nog voor hij had kunnen schrijven wat hij moest schrijven.

De lezingen zelf waren een glorieus evenement. Ze werden door honderden belangstellenden gevolgd, afkomstig uit wetenschap, theologie en filosofie, maar ook uit de wereld van kunst, cultuur en politiek. Wie er niet zelf bij kon zijn, las in de perskritieken na wat er besproken was. Later dat jaar werden de lezingen gepubliceerd als de Varieties of Religious Experience. Het werd vele malen vertaald en beleefde in nog geen tien jaar al zo'n vijftien edities. Het was tot voor kort het enige werk van James dat in het Nederlands verscheen, tweemaal zelfs, in 1907 onder de titel De verscheidenheden op het gebied van de godsdienstige ervaringen en in 1963 nog eens, ingeleid door G. J. Overduin, als Varianten van religieuze beleving.

Inmiddels, bijna honderd jaar later, is de godsdienstpsychologie een geaccepteerd vak geworden dat in ons land hoofdzakelijk aan theologische faculteiten wordt beoefend, maar dat is een academisch effect dat James weinig zou hebben geinteresseerd en dat hij ook zeker niet heeft beoogd. De Varieties was juist gericht op het lekenpubliek en het materiaal voor zijn lezingen was voor het merendeel afkomstig uit niet-academische bronnen. Om de hand te leggen op het persoonlijke in de religieuze beleving putte hij bij voorkeur uit wat men nu 'egodocumenten' zou noemen: brieven, dagboeken, getuigenissen.

In de Varieties gaat het dan ook niet om dogma's en doctrines, kerken en kansels, maar om de religieuze beleving, zichtbaar in verschijnselen die hun oorsprong hebben in de diepere, mystieke lagen van de menselijke natuur, de stemmen en visioenen, de ervaringen van extase, vervoering en verlossing. De Varieties is een poging de psychologische condities van de religieuze ervaring te achterhalen.

Sommige van die condities behoren tot het domein van wat men nu klinische psychologie zou noemen. Ervaringen van berouw kunnen symptomen van depressie zijn. Een intens zondebesef kan het resultaat zijn van angst. Schuldgevoel kan gepaard gaan met een ziekelijke melancholie. Maar ook ervaringen van mystiek en extase hebben hun psychologische condities. Het extreme vasten in de ascese of de afsluiting van wereldse prikkels doen hun invloed gelden op het zenuwstelsel en kunnen de hallucinaties en visioenen oproepen die in de religieuze literatuur aan goddelijke tussenkomst worden toegeschreven.

Zelfs de meer alledaagse religieuze verschijnselen, zoals de verlichting die mensen vinden in het gebed of de troost in de omgang met geloofsgenoten, hebben voor een deel hun oorsprong in psychologische factoren als persoonlijkheid en levensinstelling. Aan de spirituele betekenis die religie voor de gelovige heeft, is hiermee niets afgedaan: James probeert juist te laten zien hoezeer de ontvankelijkheid voor het spirituele is verweven met de menselijke natuur.

De beste getuigenis voor het integere karakter van de Varieties is misschien nog het oordeel van Geelkerken, onze eigen Geelkerken. Hij promoveerde in 1909 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op een dissertatie over de godsdienstpsychologie en ging hierin uitvoerig met James in debat. Maar vooraf schreef hij: "Ook wie het met de gedachten van den auteur niet in allen deele eens is, kan de bekoring niet ontgaan van, en den hoogsten lof niet onthouden aan de wijze, waarop James zich hier uit. Men krijgt den man lief, in wiens openhartigen stijl, achter wiens krachtige en toch teedere, diepzinnige en tevens vaak Amerikaansch-humoristische, eerlijke en niettemin nooit kwetsende woorden steeds heel zijn innemende persoonlijkheid den lezer tegemoet komt. Er zijn passages van overweldigende schoonheid en bewonderenswaardige intellectueele kracht, rijk aan genot voor verstand en hart" .

Men krijgt den man lief - en zo is het. James was een schrijver die bereid was intimiteiten met zijn lezers te delen. Lezen in de Varieties geeft je het verwarmende gevoel van een lang nachtelijk gesprek waarin vertrouwelijkheden worden uitgewisseld en dat nog dagen in de herinnering nagloeit.

Nergens is de persoon van James zo aanwezig als in het dubbelportret van 'de zieke ziel' en de 'gezonde van geest'. De zieke ziel en de gezonde van geest zijn qua levensinstelling en karakter de twee uitersten van de schaal, de eerste breekbaar en melancholiek, de tweede optimistisch en veerkrachtig. De portretten zijn schitterend getekend.

De 'gezonde van geest' is niet in staat verdriet te voelen. Hij is een en al levenslust. Spijt, berouw en schuldgevoel zijn nutteloze emoties die hij weigert tot zichzelf toe te laten, laat staan dat hij zich kan verplaatsen in het verdriet van anderen. Hij blijft onverstoorbaar onder de meest deprimerende omstandigheden, lijkt ze zelfs niet op te merken: 'Zijn tevredenheid met het eindige', schrijft James, 'omsluit hem als een kreefteschaal'.

© Trouw 2009


William James: Varieties|Vormen van religieuze ervaring
Make a Free Website with Yola.