Voor de bezinning op de contacten tussen christenen en hindoes is de vertaling van een boek van Rudolf Otto,  De genadereligie van India en het christendom, van groot belang. 

Deze Duitse theoloog schreef in 1930 over de grote overeenkomsten tussen de bhakti binnen het hindoeïsme (een devotionele stroming) en het christelijk geloof. Met een groot gevoel voor inleving en een sterke taalvaardigheid weet hij de kracht van de genade in deze hindoeïstische traditie te beschrijven. De kracht van de overeenkomsten komt sterk op de lezer af, maar Otto weet even vaardig aan te wijzen welke structurele verschillen er zijn tussen het christelijk geloof en de genadereligie in India: In de genadeleer zijn we de meest frappante overeenkomsten tegengekomen. Maar juist hier treedt ook het ingrijpendste verschil aan het licht (p.79). Het hele kader van werkelijkheidsbeleving verschilt en daarmee krijgen woorden als genade en verlossing een andere inhoud. India heeft geen verzoener, geen Golgotha en geen kruis, aldus Otto (p.100). Dit boek vraagt goede aandacht van de lezer. Naast de hoofdtekst wordt er in noten, bijlagen en verwijzingen veel extra aangeboden. Dat maakt het lezen er hier en daar niet makkelijker op, maar de aanhouder wint en wordt beloond.

Ook de vertaling van een andere publicatie over religieuze overeenkomsten is in dit boek opgenomen: Religieuze overeenstemming, parallellen in de godsdienstgeschiedenis. Rudolf Otto beschrijft de opvallende veranderingen die zich tussen 800 en 500 voor Christus in allerlei gebieden in religie en filosofie voltrok: China, Griekenland, India, Israël. Wat betreft de Joodse religie laat Otto merken dat hij een specifiek uitgangspunt heeft over de ontwikkeling van Israëls geloof in Jahwe. Deze invalshoek neemt echter de opvallende parallellen niet weg en dat maakt ook dit boekje waardevol om te bestuderen. Het is goed dat eindelijk deze publicaties in het Nederlands beschikbaar gekomen zijn.

N.a.v. Rudolf Otto,
De genadereligie van India en het christendom, overeenkomsten en verschillen & Religieuze overeenstemming, parallellen in de godsdienstgeschiedenis, Uitgeverij Abraxas Amsterdam 2005. ISBN 90-807300-3-3

A. S. van der Lugt

De genadereligie van India en het christendom 
overeenkomsten en verschillen

Religieuze overeenstemming
in de godsdienstgeschiedenis

Rudolf OTTO

175 blz. Uitgeverij: Abraxas Amsterdam 2005

ISBN 90-807300-3-3

In het eerste deel weet Rudolf Otto (1869-1937) zich in te leven in de genadereligies van India. 

Zijn religieuze bewogenheid, die hij in HET HEILIGE uiteengezet heeft, is hier zeker niet vreemd aan. Het numineuze is immers voor hem de mogelijkheid om religie in het alledaagse te beleven. Hij laat ons overeenkomsten maar ook verschillen tussen de bhaktireligie (een devotionele stroming in het hindoeïsme) en het christendom zien. Belangrijk is ook dat hij die verschillen in religieuze beleving weet te duiden. Hindoes kennen geen erfzonde, geen kruis, geen persoonlijke goddelijke verzoener, zodat bij hen de inhoud van genade en verzoening volledig anders ingevuld wordt. Dit werk leert ons hoe in het hindoeïsme het goddelijke, het eeuwige dat achter alles schuilt, beleefd wordt.

«Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige 
dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.
»

Het gaat vooral over het individu dat de innerlijke beleving van het religieuze als genade en verlossing ervaart. De Indiase beleving van het heilige in de bhaktireligie treft hem zozeer dat hij deze vergelijkt met de oud-Israëlische Jahwedienst. Als joods-christelijk geïnspireerde theoloog weet hij duidelijk het onderscheid aan te geven tussen ons westerse streven naar heiligheid en de Indiase zorg van een innerlijke sereniteit. 

Het tweede deel handelt vooral over religieuze overeenkomsten in verschillende tijden en culturen. 

Otto gaat er vanuit dat er gelijke prereligieuze grondslagen zijn. Hij schrijft: Dit feit van de overeenstemmingen in de godsdienstgeschiedenis manifesteert zich in het inzicht dat, in het begin van de beschaving, religie overal op vrijwel dezelfde wijze ontstaat, zich ontwikkelend vanuit een grondslag van vreemde en verwarde gemoedstoestanden en ideeën zoals deze zich herhalen met verbluffende overeenkomsten en regelmaat onder verschillende soorten bevolkingsgroepen aan het begin van hun culturele ontwikkelingen en vaak zo volhardend, dat haar invloed duidelijk waarneembaar is in de meer ontwikkelde religies en culturen. Nog steeds is deze basis een levende kracht binnen de cultuur van de schriftloze volken. (blz. 138-139)

Een opvallend inzicht dat de paradox van het numineuze met de worsteling tussen ervaren en denken aangeeft. Hij gaat daarvoor zelfs terug naar de 'axiale periode' (5 eeuwen v.C. Jaspers) waar we een duidelijke religieuze literatuur hebben. Zelfs China, Israël en Perzië worden niet vergeten. Zijn grote bewondering voor het numineuze in de Indiase bhakti-religie onderstreept hij overduidelijk in de hoofdstukken over Brahman, Tao, Logos, Atman en pneuma. In de bhakti-religie, een typische genadereligie, wordt alles ontvangen van de volheid van de godheid. Hier ligt vooral de nadruk op het deel hebben aan het goddelijke dat in alles aanwezig is. Het hindoeïsme wijst ons hier een eigen weg naar bevrijding.

Leid ons uit de onwerkelijkheid naar de werkelijkheid,

uit de duisternis naar het licht.

Voer ons van de dood naar de onsterfelijkheid.

Dit in tegenstelling met het Joodse motief:

Wees heilig, want heilig ben ik uw Heer. (Leviticus)

Heilig zijn, heel zijn, een Joods verlangen, kan alleen maar verkregen worden door gehoorzaamheid aan Gods geboden. Het is niet een waardigheid die we ons of anderen kunnen geven. 
Deze merkwaardige studie, aangevuld met belangrijke aantekeningen en een verklarende woordenlijst, kan de religieuze dialoog tussen Oost en West enorm verrijken. De duidelijke Nederlandse vertaling zal menigeen aanmoedigen om deze persoonlijke en moeizame religieuze zoektocht tot het einde te volgen.

Dr. Jan Gysen

Make a Free Website with Yola.