• titel: De kleine Johannes / 1 / druk 1
  • auteur: Eeden, F. van
  • co-auteur:         Mok, D..
  • bewerker:         Boulanger, J. / Kolthoff, E.
  • uitgever: Uitgeverij Abraxas, Amsterdam
  • imprint: Abraxas | Sprookjes
  • NUR-code:        277
  • NUR:                       Verhalen en sprookjes
  • ISBN:       9789079133024
1e druk: augustus 2009 (gebonden, genaaid gebrocheerd)
2e druk: september 2012 (paperback, genaaid gebrocheerd)

 

Op zaterdag 3 april 2010 is het 150 jaar geleden dat Frederik van Eeden werd geboren en op 1 oktober 2010 is het 125 jaar geleden dat De kleine Johannes voor het eerst verscheen. 

 

 

Verantwoording

Deze hertaling van De kleine Johannes maakt dit zinnebeeldige sprookje waarin begrippen als natuur, liefde, geluk, verlangen, kennis en dood als personen worden opgevoerd, toegankelijk voor een nieuwe lezerskring. 

Met deze nieuwe uitgave hopen we dat het bezwaar van Elsbeth Etty (NRC 14-3-2009)  dat ‘De kleine Johannes wat taal en stijl betreft zo gedateerd is, dat het zelfs voor doorgewinterde Nederlanders nauwelijks te begrijpen valt’ is weggenomen. Haar stelling dat ook de thematiek verouderd zou zijn vindt echter geen weerklank. De boekverslagen die scholieren er nog steeds over maken en de vele herdrukken spreken dit tegen.

Met vrij eenvoudige ingrepen kon de leesbaarheid worden verhoogd zonder dat dit klank- en kleurrijke natuursprookje aan sfeer verloor.

Gedateerde woorden als ‘doch’, ‘dirkjesbos’, ‘altoos’, ‘schreien’, ‘weedom’ etc. zijn vervangen door hedendaagse equivalenten. Zorgvuldig is gekozen voor woorden die passen in de sfeer van het boekje.

Op twee plaatsen is een redactionele aanvulling ingevoegd, deze zijn tussen [teksthaakjes] gezet. Het gaat om twee citaten die zijn ontleend aan Jan Ligthart.

Hier en daar zijn van één zin twee zinnen gemaakt. De negentiende-eeuwse vervoegingen zijn gemoderniseerd evenals de interpunctie. Het aantal uitroeptekens is wat teruggebracht evenals het woordje ‘maar’. De alinea-indeling is vrijwel gelijk gebleven. De hoofdstuktitels zijn ingevoegd op basis van de studie van Jan Ligt­hart die in deze uitgave in gewijzigde vorm is opgenomen als nawoord.

In de 2e druk zijn een paar kleine verbeteringen aangebracht.

De uitgever

_______________________________________________________


‘In De kleine Johannes wordt in vier stadia de ontwikkeling geschetst van de levensfasen: de tijd van de fantasie (Windekind), de periode van vragen stellen (Wistik), de periode van onderzoek (Pluizer) en het stadium waarin het religieuze wordt gezocht. Johannes ervaart het conflict tussen gevoel en verstand en beleeft de strijd tussen schoonheidsbeleving en goedheid. Het gevoel overwint, de schoonheid wordt erkend en in goedheid wordt geleefd. 

Het boekje boeit een grote lezerskring vanaf ca. 14 jaar.’ 

(Biblion | NBC)


Symbolisch sprookje over de groei van een kleine jongen naar levenswijsheid. Gemoderniseerde versie.

Dit is het beroemde eerste deel van 'De kleine Johannes' (later verschenen twee meer pamflettistische vervolgen) in een hertaalde editie met als ondertitel 'Een sprookje'. 

Het verhaal is bekend. De lezer volgt de kleine Johannes in zijn ontwikkelingsgang. Hij verlaat de tuin bij de duinen (het paradijs van de jeugd) en gaat mee met Windekind (het gevoel,de droom). Hij ontmoet velerlei dieren. Als Windekind hem verlaat, is er de eerste kinderlijke liefdeservaring (Robinetta); hij heeft niet alleen contact met Wistik (dit is de begripsfase), Pluizer (het analyserend verstand) en Dr. Cijfer (de wetenschap), maar ook, in de lelijke stad, met de dood. Uiteindelijk keert hij zich, na een moeilijke ontwikkelingsgang, tot het mensdom. 

Deze opgefriste uitgave met toegevoegde hoofdstuktitels (ontleend aan de bijgevoegde gemoderniseerde studie van de pedagoog Jan Ligthart) leest vlot en maakt het klank- en kleurrijke natuursprookje toegankelijk voor jongeren vanaf ca.14 jaar.

(Biblion | NBC)

 

Van vader op zoon

Door Peter van den Broek


Verspreid in het rotsachtige bergland van de provincie Tigray in het noorden van Ethiopië liggen, veelal verscholen achter reusachtige cactussen, talloze oeroude kerkjes die niet anders dan met de grootst mogelijke moeite via door de eeuwen in de rotsen uitgesleten voetstappen te bereiken zijn. 

Een priester, die evenals de boeren uit de omgeving geregeld op de markt schapen en geiten verhandelt en zich slechts door zijn witte hoofdtooi en zijn volle baard onderscheidt, is altijd wel bereid om met een enorme sleutel de kerkdeur voor je te openen, om je vervolgens het door hem beheerde culturele erfgoed, een eeuwenoude bijbel, te tonen Graag bladert hij het boek met je door op zoek naar geïllustreerde pagina's, het kind in de kribbe, maar driftiger wordt er gebladerd op zoek naar het hellevuur. Helder staat mij het beeld voor ogen hoe een ongeveer veertienjarige priesterzoon, stralend van zelfvertrouwen, geflankeerd door zijn vader mij voorlas uit het boek, wat moeizaam haperend, maar zich verzekerd wetend van de trots van zijn vader, die af en toe, zonder in het boek te hoeven kijken een paar woorden aanvulde. Het Ge'ez, de taal waarin de oude bijbels zijn geschreven, is een voorloper van het huidige Amhaarse schrift, dat niet moeiteloos toegankelijk zal zijn. 

De vader en de zoon die leest, een beeld dat mij in herinnering roept hoe ikzelf zo'n halve eeuw-geleden op ongeveer dezelfde leeftijd als deze priesterzoon op de tribune op de binnenplaats van Het Prinsenhof voordat het spel begon uit het tekstboekje mijn vader voorlas: Ick sie boven uut mijnen thronen, dat al, dat is in tsmenschen persone. Leeft uut vresen onbekent. Waarop mijn vader ook al zonder de tekst nodig te hebben inhaakte met: Ooc sie ic tvolc also verblent. In sonden, si en kennen mi ni voer God. Opten aertsen scat si jn si versot... de suggestie wekkend, dat hij de hele tekst van buiten kende. 

Met een dergelijke herinnering valt het woord 'hertalen' moeilijk. Zoals W.F. Hermans ooit een bezoek bracht aan Engeland louter vanwege het genoegen zijn vooroordeel tegen dat land nog eens bevestigd te zien, ongeveer zo begon ik aan de hertaalde versie van De kleine Johannes. Met dat vooroordeel liep het echter slecht af. Het monnikenwerk, dat Daniël Mok aan dit sprookje heeft verricht, is een niet geringe prestatie, want reken maar dat het vervangen van al dat 'wenen' en al die 'gij's' en 'doch's' zonder op enig moment wezenlijk aan de tekst te morrelen geen sinecure is. Het boek wint door het hertalen aan helderheid en maakt het bij uitstek geschikt om voor te lezen: de zoon aan de vader of de vader aan de zoon. Dat maakt niet uit, zolang het er maar toe bijdraagt dat dit erfgoed niet verdwijnt in de vergetelheid.

De kleine Johannes verscheen bil uitgeverij Abraxas

Uit: Beursberichten, Beurs voor Kleine Uitgevers, Paradiso 2009

In de jaren 1885-1886, toen De kleine Johannes in afleveringen verscheen in het tijdschrift De Nieuwe Gids, baarde het verhaal al opzien.
Hoewel het op eerste gezicht een sprookje voor kinderen leek te zijn, werd al snel duidelijk dat het meer was dan dat. Zo verborg De kleine Johannes Van Eedens hooggestemde opvattingen over de liefde, en over het 'volledig mens zijn' in een wereld vol dorheid en hypocrisie. Het succes van het boek, en het feit dat het nu nog veelvuldig gelezen wordt, is daaraan te danken; het effect wordt versterkt doordat het sprookje de lezer op bepaalde punten in het ongewisse laat. Het boek roept telkens weer nieuwe vragen op, waardoor het verhaal blijft intrigeren.

De kleine Johannes wordt gerekend tot de belangrijkste werken die de Beweging van Tachtig heeft voortgebracht. Het is een klassieke tekst, niet alleen van die beweging, maar ook van de Nederlandse letterkunde als geheel.

'De hele stemming van het boek trof me, en de openbaring die de kleine Johannes
beleeft: als je wou bidden dan kon je het beste naar een zonsondergang kijken en
huilen. Dat vond ik heerlijk, ik huilde toch al veel.'
Leo Vroman

Frederik van Eeden (1860-1932) was psychiater, roman- en toneelschrijver, dichter, essayist en 'wereldverbeteraar'.

 

 

Adverteren bij Daisycon
Make a Free Website with Yola.