A.J. Heschel: God zoekt de mens


Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom


Vertaald uit het Engels door
Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4

Uitgave: Amsterdam, Uitgeverij Abraxas

Jaar: 2005

Opbouw: 23 cm - XII, 480p. 

Oorspronkelijke titel:
God in Search of Man;
a philosophy of Judaism

New York, Farrar, Straus and Giroux 1955

Met literatuuropgave

718, 706, 708 (NUR)

Trefwoord:
Godsdienstfilosofie;
Jodendom; Joodse filosofie;
Godsdienstwetenschap
Heschel, A. J. (1869-1937)

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid)

3e druk


ABRAHAM HESCHEL (1907-1972) geldt als een van de belangrijkste joodse denkers van onze tijd. In 1937 koos Martin Buber hem tot zijn opvolger in de leiding van het befaamde Jüdische Lehrhaus te Frankfurt en voor de landelijke organisatie voor joodse bewustwording. Eind 1938 vluchtte hij voor het naziregiem naar de VS. In New York was hij tot zijn dood als hoogleraar joodse ethiek en mystiek verbonden aan het Jewish Theological Seminary.

Heschel staat voor een liberaal-humanistische interpretatie van de joodse religie.
God zoekt de mens is het kernboek van deze militante mysticus. Volgens hem "raakte de godsdienst niet in verval omdat hij weerlegd werd, maar omdat hij niet ter zake, saai, benauwend en zouteloos werd [...] Zodra wij de uiterste vragen vergeten, verliest de godsdienst zijn belang en begint de crisis" (p. 21). De godsdienstfilosofie, waarvan dit boek de neeslag is, heeft zijn inziens "de taak om de godsdienstige visie te betrekken op het geheel van de menselijke kennis [...] Ze ontstaat, wanneer zowel godsdienst als filosofie beweren ideeën te bieden aangaande de uiteindelijke problemen. Omdat de Griekse godsdienst die niet had, ontstond zij niet in Athene, maar in de ontmoeting tussen jodendom en de Griekse filosofie." (p. 30).

Ik citeer: "De Hebreeuwse gedachtegang is terecht door de Engelse wiskundige en filosoof Alfred N. Whitehead (†1947) gekarakteriseerd als de leer van de opgelegde wet in tegenstelling tot de leer van de immanente wet, zoals ontwikkeld door de Griekse wijsbegeerte. Volgens de leer van de opgelegde wet is aan alles wat en aan elkeen die bestaat de noodzaak opgelegd om in relatie te treden met andere samenstellende onderdelen van de natuur. Deze opgelegde gedragspatronen zijn de natuurwetten. Isaac Newton bijvoorbeeld verklaart duidelijk dat de elkaar beïnvloedende gedragswijzes van de lichamen die het zonnestelsel vormen, God nodig hebben voor het opleggen van de beginselen waar alles van afhangt. De leer van de opgelegde wet leidt tot het monotheïstische concept van God als wezenlijk transcendent en alleen terloops immanent. De leer van de immanente wet leidt tot de pantheïstische leer over God als wezenlijk immanent en op geen enkele manier transcendent. "Nadere beschouwing," zegt Whitehead, "aarzelt tussen
deze twее uitersten en zoekt hun verzoening. In dit opzicht, evenals in de meeste andere, bestaat de geschiedenis van het westerse denken in de beproefde samensmelting van denkbeelden die in oorsprong overwegend hellenistisch zijn, met denkbeelden die overwegend Semitisch zijn." (Adventures of Ideas - p. 154)"

"De wereld is niet het al voor de bijbel en daarom kon met het al nooit de wereld worden aangeduid. De bijbelse mens is door het gegevene niet betoverd. Hij beseft het alternatief, te weten de vernietiging van het gegevene. Hij is niet betoverd door de orde, want hij heeft een visioen van een nieuwe orde. Het hier en nu laat hem niet onverschillig, evenmin als het daar en dan. Hij ervaart het niet-gegevene met het gegevene, het verleden en de toekomst met het heden." Hem is geleerd dat:

"Al zouden de bergen wijken en de heuvels wankelеn, mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en mijn vredesverbond is onwankelbaar..." (
Jesaja 54:10).

Ten diepste wordt de vraag: wat is de werkelijkheid? - wat is de wereld voor de bijbelse mens? - het best beantwoord door een andere vraag: wat is de wereld voor God? Voor de bijbelse mens is het onderwerp van de vraag - de wereld - dan ook te wonderlijk om volledig begrepen te kunnen worden in zijn relatie tot de mens. In zijn uiteindelijke betekenis moet de wereld worden begrepen in relatie tot God, en het antwoord op de vraag is: alles is aan hem onderworpen." (p. 99)

Godsdienst is een antwoord op de diepste vragen van de mens. In God zoekt de mens verricht Heschel een speurtocht naar vergeten vragen en bedrijft daarmee filosofie als de kunst van het stellen van de juiste vragen. In zijn filosofie van het jodendom komen deze essentiële vragen aan de orde en de antwoorden die het jodendom daarop te geven heeft. Hij draagt daarmee tevens bij tot een beter begrip van het jodendom als bron van ideeën over de wegen waarlangs deze volgens Heschel God zoekt te benaderen, namelijk via:
  1. het speuren naar zijn aanwezigheid in de wereld (Jesaja 40:26);
  2. in de bijbel (Exodus 20:2) en
  3. in heilige daden (Exodus 24:7).
Deze drie wegen beantwoorden aan de drie voornaamste aspecten van het jodendom: eredienst, leren en handelen. In feite zijn ze één, want - en dit is de ontdekking van Israël - "de God van de natuur is de God van de geschiedenis en de weg, die naar Hem leidt, is het doen van Zijn wil" .

Heschel kiest ervoor de essentiële vragen van het bestaan niet argumenterend maar veeleer meditatief te benaderen. Hij doet dit in korte zinnen en begrijpelijke taal, waardoor voor de lezer ook een directe relatie gelegd wordt met zijn eigen werkelijkheid. De God, die dan te voorschijn komt is de levende God zoals deze ook door de profeten in de Bijbel werd verkondigd.

Een in alle opzichten prachtig en waardevol boek, dat ik iedereen van harte ter lezing en overweging kan aanraden.

Henk Hogeboom van Buggenum


Author: W. Kleisen 
Date:   02-25-06

Abraham Joshua Heschel is een van de grote Amerikaanse rabbijnen. Hij schrijft wat de ondertitel noemt 'een filosofie van het jodendom'. 

We moeten hierbij niet denken dat dit een filosofisch werk is, maar we moeten filosofie opvatten als 'denkwijze'. Daarmee komt het boek tot zijn recht. Het jodendom is een godsdienst die op rationaliteit is gebaseerd (dus niet op rationalisme). De auteur is rationeel en denkt op een bijzonder wendbare wijze. Vaak neemt zijn betoog een verrassende wending. Heschel slaagt erin om waar het geloof een doodlopende weg lijkt, een nieuwe doorgang te vinden. Men zou het boek in een adem kunnen uitlezen, maar waarschijnlijk krijgt de lezer dan de neiging het nog eens rustig te herlezen. Men zou het zelfs als dagboek kunnen gebruiken: elke dag een stukje met een nieuwe titel. Wie vastloopt in het wat theoretische eerste hoofdstuk, moet maar verder gaan met het tweede. Dan zal dit uiterst waardevolle boek geen problemen meer opleveren. Een boek dat ieder die religieus is georiënteerd, zou moeten lezen! Dit geldt niet alleen de joodse lezer, maar ook de christelijke. Dit boek zal velen, die religieus georiënteerd zijn, sterk aanspreken. Het behandelt zinvolle zaken in een begrijpelijke en heldere stijl.

Make a Free Website with Yola.